Richard Rodenburg

Katten zijn altijd fotogeniek. Zij doen nooit idioot als ze een lens zien (citaat: Gladys Taber).

Eigenlijk geldt dat voor ieder dier. Ze zijn, ook al worden ze gefotografeerd, altijd zich zelf. Ze kunnen niet zoals mensen een pose aannemen of zich met een gezichtsuitdrukking anders voor doen dan ze zijn. Ze zijn meestal wel nieuwsgierig en reageren op nieuwe dingen, zoals fotoapparatuur, in hun omgeving. Dat maakt dieren interessant om een portret van te maken en vormt ook een uitdaging. Als fotograaf moet je een affectie met dieren hebben om hun gedrag enigszins te kunnen begrijpen en daar op te anticiperen.

In de studio kan je licht volledig kan sturen om bijzondere kenmerken als lichaamsbouw, vachtstructuur, ogen etc. te accentueren. In de studio zijn de dieren ook minder snel afgeleid en kan ik mij helemaal concentreren op hun eigenheid en typerende karakter. Grip om het dier optimaal in die lichtomstandigheden laten poseren heb je meestal niet. Een dier kan ik vaak wel een beetje sturen om ze een gewenste houding aan te laten nemen. Ik moet vooral geconcentreerd zijn op het moment dat het dier doet wat ik wil en dan de foto maken. Dat maakt iedere foto tot iets unieks, een eigen portret.

Een kat komt als je haar roept tenzij ze wat beters te doen heeft (citaat: Bill Adler).

Verwachten dat een dier mooi voor je gaat poseren is de garantie voor een matige foto die niet te herhalen is. Veel geduld en aanvoelen wat een dier gaat doen is een van de basisingrediënten voor een geslaagd dierenportret.

Portfolio

error: Content is protected !!